Plan van aanpak dakloosheid

Plan van aanpak tegengaan van dak- en thuisloosheid centrumgemeente Enschede1 juli 2020 – 2021

Iedereen mag wonen (moet wonen, het is een mensenrecht)

November 2020

1 Centrumgemeente Enschede bestaat uit de gemeenten Borne, Dinkelland, Enschede, Haaksbergen, Hengelo, Hof van Twente, Losser en Oldenzaal.

Inhoud

Samenvatting………………………………………………………………………………………………………………. 2

  1. Inleiding……………………………………………………………………………………………………………….. 3
  2. Thema’s……………………………………………………………………………………………………………….. 5

Integrale aanpak maatschappelijke opvang doorontwikkeling naar aanpak tegengaan dak- en thuisloosheid (inzet op alle drie de thema’s)……………………………………………………………….. 15

  1. Monitoring………………………………………………………………………………………………………….. 15
  2. Financiën…………………………………………………………………………………………………………….. 16

Regionale acties in beeld………………………………………………………………………………………………. 17

Samenvatting

1.    Inleiding

 

1.1.           Aanleiding

Ons land telt een groot aantal dak- en thuisloze mensen. Het CBS schat dat het aantal sinds 2009 meer dan verdubbeld is naar bijna 40.000 mensen. Deze mensen hebben geen (t)huis waar zij zich kunnen terugtrekken en zich veilig kunnen voelen. In een welvarend land als Nederland is dat onacceptabel. Iedereen mag wonen! Dak- en thuisloosheid is een situatie die in potentie veel inwoners kan overkomen, zonder dat men zich dit vooraf realiseert bijvoorbeeld als gevolg van onverwachts baanverlies, relatieproblemen, ziekte, domme pech (onderzoek leert dat ca. 10% van de bevolking een zogenaamde spoedzoeker is). Een brede aanpak op alle leefgebieden is daarom nodig op het terrein van preventie, schuldenaanpak, toeleiding naar onderwijs, werk en met name wonen om dak- en thuisloosheid tegen te gaan.

Een eigen passende woonplek, al dan niet, met begeleiding vormt hierbij de basis, want voor iedereen geldt: Een (t)huis, een toekomst.

Veel (landelijke) partijen hebben daarom de handen ineengeslagen en gezamenlijk met VWS, BZK, SZW en in afstemming met de VNG een breed plan van aanpak opgesteld: Een (t)huis een toekomst. Met dit plan beoogt het kabinet gemeenten en andere betrokken partijen extra te ondersteunen op het gebied van preventie, vroegsignalering, vernieuwing van de opvang en wonen met begeleiding. Dit plan vormt een aanvulling op de al lopende trajecten in het kader van onder andere de Meerjarenagenda beschermd wonen en maatschappelijke opvang en het Actieprogramma Dak- en Thuisloze Jongeren 2019 – 2021. Maar ook op bijvoorbeeld de maatregelen uit het Hoofdlijnenakkoord GGZ, waarbij extra middelen voor gemeenten beschikbaar zijn gesteld, omdat met de ambulantisering van de GGZ een steeds groter beroep wordt gedaan op gemeenten om kwetsbare mensen op een goede manier in de thuisomgeving te helpen.

Naast het terugdringen van dak- en thuisloosheid is één van de centrale doelstellingen van dit plan om landelijk, uiterlijk eind 2021, 10.000 extra woonplekken, al dan niet, met passende begeleiding te realiseren voor dak- en thuisloze mensen. Het gaat hierbij om een optelsom van extra tijdelijke en permanente woonplekken door middel van woningdelen, flexwonen, afspraken met woningcorporaties, inzet van leegstaand (maatschappelijk) vastgoed of nieuwbouw.

Het kabinet stelt tot en met 2021 een extra incidentele financiële impuls van 200 mln. euro ter beschikking aan gemeenten voor de uitvoering van regionale plannen van aanpak, gericht op het terugdringen van dak- en thuisloosheid.

1.2.           Inleiding

Centrumgemeente Enschede is blij met dit plan “Een (t)huis, een toekomst”. Het ondersteunt ons in onze plannen die al zijn ingezet op additionele woonvormen, preventie en doorontwikkeling maatschappelijke opvang en beschermd wonen, terugdringen van armoede en schulden. Met de extra incidentele middelen kunnen we op een aantal trajecten extra inzetten. Wij kunnen hiermee voor de regio Enschede deze beweging om dak- en thuisloosheid tegen te gaan verder vormgeven en de in het plan genoemde doelstellingen realiseren.

Wij hebben hiertoe dit regionale plan van aanpak opgesteld.

Wij willen de beweging van opvang naar wonen versnellen door additionele woonvormen toe te voegen en aanvullende maatregelen te treffen. Dit doen we naast alles wat al loopt op het gebied
van preventie om dak- en thuisloosheid tegen te gaan. We willen daarbij de maatschappelijke opvang verder door ontwikkelen naar kleinschaligheid.

Samen met de regiogemeenten en de partners is dit plan tot stand gekomen. Alleen samen kunnen we het doen.

1.3.           Visie op de aanpak tegengaan dak- en thuisloosheid

Herstel begint met een huis. Als iemand dak- of thuisloos is zetten we in op ondersteuning bij het verkrijgen van een duurzame (stabiele) woonplek. Zo nodig kan iemand kortdurend van de maatschappelijke opvang gebruik maken, als opmaat naar duurzaam wonen. We zijn bezig om verschillende woonvormen te realiseren voor verschillende doelgroepen die nu geen passende woonplek kunnen krijgen. Voorbeelden hiervan zijn Huis te Leen, Tiny houses en Housing First.

Nog beter is het om dak- en thuisloosheid te voorkomen. We zien 4 routes die naar dak- en thuisloosheid kunnen leiden. Deze routes willen we doorbreken en zo voorkomen dat onze inwoners dak- of thuisloos raken.

Samen met de regiogemeenten, partners en het Rijk willen we de ingezette beweging versnellen die dak- en thuisloosheid tegengaat. Dit vraagt om een integrale aanpak, waarbij onder andere wordt gekeken naar inkomen en schulden, wonen en maatschappelijke ondersteuning en begeleiding.

Daarbij is het noodzakelijk dat ook tussen verschillende beleidsterreinen wordt samengewerkt. Op alle leefgebieden zetten we in op het versterken van de zelfredzaamheid van de inwoner, voorkomen en vroegsignaleren van mogelijke problematiek, vernieuwen van de huidige begeleiding en opvang. Het gaat om een ontwikkeling naar een inclusieve samenleving waarbij mensen wonen in de wijken, wanneer nodig begeleiding en ondersteuning krijgen om ze te helpen en te voorkomen dat zij grotere problemen krijgen of zelfs dakloos raken. Dit doen we door preventieve inzet als ook door het passend omgaan met de Participatiewet door maatwerk te bieden waar mogelijk bij de inzet van bijvoorbeeld de jongerennorm en de dak- en thuislozenregeling. Vroegtijdig worden problemen gesignaleerd en worden inwoners ondersteund.

Met de vaststelling in 2018 van de notitie “Decentralisatie van beschermd wonen en maatschappelijke opvang (Visie en aanpak 2018 – 2021)” zijn deze uitgangspunten al onderschreven in de regio Enschede.

Op het gebied van wonen zien we dat er om verschillende redenen steeds meer behoefte is aan tijdelijk wonen. Enschede ziet het flexwonen als paraplu en antwoord op deze trend en inventariseert de mogelijkheden. We redeneren daarbij vanuit de behoefte aan tijdelijke woonruimte en niet zozeer vanuit doelgroepen. Het flexwonen is een toevoeging op de bestaande woningvoorraad. Het ‘tijdelijke’ wordt niet (alleen) ingevuld door tijdelijkheid in de woning

– de bouw – maar vooral aan de tijdelijke behoefte aan woonruimte – tijdelijke contracten, snelle instap woonruimte.

Er bestaat behoefte bij een grote diverse groep inwoners, maar we zien urgente vraagstukken rond de uitstromers beschermd wonen en maatschappelijke opvang, kwetsbare jongeren, arbeidsmigranten en echtscheidingslieden. Juist in deze diversiteit zien we kansen om een goede balans te vinden tussen vragers en dragers. Meer (tijdelijk) aanbod kan, wanneer het snel vinden van een huis de oorzaak van het probleem is, een belangrijke bijdrage leveren aan het voorkomen of verhelpen van dak- en thuisloosheid.

Enkele jaren geleden hebben wij in regio Enschede al een kwaliteitsverbetering gemaakt in de maatschappelijke opvang (MO); de ombouw van de klassieke nachtopvang naar individuele woonunits én een trajectplan voor iedere klant om te komen tot een duurzaam vervolg. We zetten nu in op een zo kort mogelijke periode dat iemand in de maatschappelijke opvang verblijft in het geval iemand toch dakloos is geworden. We streven naar een zo klein mogelijke maatschappelijke opvang als uiterste vangnet voor iemand die ondanks alles toch dakloos is geworden.

2.    Thema’s

De aanpak is erop gericht om de dak- en thuisloosheid tegen te gaan. Er wordt ingezet op de volgende drie thema’s:

  1. Preventie
  2. Vernieuwing van de opvang
  3. Wonen met begeleiding

Op deze thema’s willen we met onderstaande acties extra inzetten. Het gaat om acties die met incidentele extra middelen een versnelling of een beweging in gang zetten op deze thema’s die ook na 2021 structureel kan worden voortgezet.

Tot slot geven we aan hoe we regionaal en integraal uitvoering willen geven aan dit plan.

2.1.           Preventie

Wij willen dak- en thuisloosheid zoveel mogelijk voorkomen, zodat niemand op straat hoeft te slapen. Er worden 4 routes, waarlangs mensen dakloos kunnen raken, onderscheiden (die ook onderling samenhangen):

  1. Geen onderdak na een ingrijpende gebeurtenis (zoals relatiebreuk of verlies van een baan).
  2. Geen onderdak na vertrek uit a. een justitiële of GGZ-instelling.
  3. Geen onderdak na huisuitzetting (huurachterstand, overlast, hennep, illegale onderverhuur).
  4. Geen onderdak na

We zetten breed in door ons te richten op inwoners die het met advies weer zelf kunnen redden (zelfredzaamheid), op hen die kortdurende ondersteuning nodig hebben en op inwoners die langdurige ondersteuning nodig hebben.

Hieronder staan de diverse acties waarop we extra willen inzetten met daarbij vermeld onder welke route(s) deze vallen.

Totale kosten preventie-activiteiten: 151.000,00 euro.

2.1.1.      Extra inzet op bemoeizorg, nazorg bij uitstroom MO

Door extra inzet op bemoeizorg kunnen wij meer mensen bereiken en zorgen dat er minder mensen in de problemen raken en/of eerder uit de problemen komen. Ook willen wij het aantal uren begeleiding zowel in de MO als (ambulant) in de thuissituatie van personen uitbreiden, zodat er sneller en effectiever kan worden ingezet op de hulpverlening. Route 1, 2 en 3.

Wij willen daarnaast meer inzetten op nazorg, als iemand uitstroomt uit de MO. Er is in de uitvoeringspraktijk te weinig tijd voor de professionals en de medewerkers van de centrale toegang om een klant langdurig te blijven volgen na vertrek uit de MO. Hierbij gaat het ook om lichtere vormen van bemoeizorg/vinger aan de pols contacten. Bijvoorbeeld door een ‘waakvlam’ contact in te zetten: regelmatige huisbezoeken van een vrijwilliger die bij signalering van terugval of verward gedrag kan opschalen naar een beroepskracht. Met inzet op deze vorm van nazorg willen wij recidive voorkomen en de instroom MO beperken (praktijk wijst uit dat sommige klanten na succesvol uitstroom over een aantal jaar toch weer in de MO terechtkomen). Route 2.

Aanpak lichte bemoeizorg ‘vinger aan de pols’

Het gaat om een samenwerking tussen wijkteams en welzijnswerk. Vanuit het welzijnswerk kunnen vrijwilligers worden ingezet die eens of twee keer per week contact hebben met bewoners in de wijk. Waar zij dreigende onrust of terugval signaleren wordt er opgeschaald naar een wijkteammedewerker. Ook moeten woningcorporaties betrokken worden bij de screening en om afspraken vast te leggen in bv een clausule. Dit moet nader worden uitgewerkt.

Er wordt preventief gewerkt waardoor in een aantal gevallen voorkomen kan worden dat mensen worden uitgezet en/of veel duurdere vormen van hulpverlening nodig hebben. Vroegtijdige signalering maakt dat er eerder kan worden bijgestuurd en voorkomt escalaties, niet altijd, maar vaak wel.

Schatting van de kosten:

De begeleiding en werving van vrijwilligers wordt bij het welzijnswerk belegd.

Per stadsdeel fungeert 1 wijkteammedewerker als contactpersoon. Vrijwilligers kunnen overleggen, sparren met de contactpersoon en indien nodig opschalen.

Er wordt uitgegaan van 1 dag in de maand per contactpersoon.

8 uur x 5 = 40 uur in de maand x 12 = 480 x 50 euro = 24.000,00 euro.

2.1.2.      Preventie woonbegeleiding

Er is op dit moment veel aandacht voor het voorkomen van huisuitzetting.

In hoofdstuk 2.1.4.1. wordt als aanvulling op alle inzet voorgesteld om vanuit WoonStAP een (advies) project te starten ter voorkoming van huisuitzettingen waarbij WoonStAP samen met de gezamenlijke Enschedese woningcorporaties en het wijkteam een praktisch verbeterplan opstelt ter voorkoming van huisuitzettingen.

  • Professionals beter toerusten in omgaan met mensen met veel stress door schulden

We willen professionals in de zorg en hulpverlening beter toerusten om met mensen om te gaan met veel stress door schulden. Een van de voorbeelden hiervan is Mobility Mentoring, een methodiek die landelijk steeds meer wordt ingezet als een succesvolle methodiek. Het gaat hierbij om hoe inzichten uit de hersenwetenschap leiden tot een betere aanpak van armoede en schulden.

2.1.4.      Door ontwikkelen en regionaliseren van WoonStAP

WoonStAP is een samenwerking op casusniveau tussen de Enschedese woningcorporaties en de wijkteams Enschede, die zich inmiddels bewezen heeft. WoonStAP is in 2018 begonnen als een project en richt zich op inwoners met een woonbelemmering. Door het samenbrengen van de juiste deskundigheden aan één tafel en de insteek van eenieder om de meest passende oplossing voor de inwoner te vinden, lukt het om andere en duurzame trajecten voor kwetsbare inwoners te vinden.

De ervaringen over 2018 en 2019 laten zien dat WoonStAP veel voor de inwoners heeft betekend, dat er grote maatschappelijke besparingen worden bereikt2 en dat er nauwelijks sprake is van terugval (daarom dat we het duurzame trajecten durven te noemen). In 2019 zijn er vanuit WoonStAP ook de eerste projecten opgestart (WoonStAP 18- en WoonStAP 23+) om specifiek voor een aantal doelgroepen nieuwe ‘producten’ te ontwikkelen. Rode draad in deze aanpak is dat we door een goede, integrale samenwerking tot duurzame oplossingen kunnen komen, waarmee we voorkomen dat inwoners problemen krijgen met wonen of dak- en thuisloos worden en ze letterlijk weer ruimte krijgen om te werken aan hun weerbaarheid (empowerment).

Gevoed door die ervaringen en ook omdat we merken dat er vanuit een aantal regiogemeenten en omliggende corporaties belangstelling is voor de werkwijze van WoonStAP willen we een impuls geven aan WoonStAP op 2 manieren: het opzetten/door ontwikkelen van WoonStAP-projecten en het regionaliseren van WoonStAP.

2.1.4.1.            Door ontwikkelen van WoonStAP-projecten

Op beperkte schaal zijn vorig jaar al twee projecten opgezet. Aanleiding hiervoor was de casuïstiek, die we vanuit WoonStAP waren tegengekomen (in dit geval jongeren) en waarvoor andere mogelijkheden zijn ontwikkeld. Dit is een van de grote krachten van WoonStAP, die we verder willen ontwikkelen. Op dit moment wordt het opzetten en begeleiden van deze projecten er ‘naast’ gedaan, maar dat drukt op de andere werkzaamheden. De volgende projecten willen we voor Enschede verder verkennen en opzetten:

  • Opschalen van de projecten WoonStAP 18- en WoonStAP 23+

Dit betreft zowel het uitbreiden in aantal woonprojecten, maar ook in het anders opzetten van de afspraken met betrekking tot de (woon)begeleiding. Dat gebeurt nu nog op maatwerk-basis, maar we willen dit omzetten in een collectieve afspraak met een zorgaanbieder voor een groep (algemene voorziening). Het voordeel hiervan is dat dit de inzet van de ondersteuning flexibeler, goedkoper en minder administratief maakt (de begeleiding wordt een algemene voorziening).

2 Op grond van een zogenaamde kassabonnensystematiek zijn de maatschappelijke besparingen over 2019 ingeschat op meer dan € 1.7 miljoen.

Geschatte inzet en kosten: 31.200,00 euro (1 dag per week vanuit wijkteams gedurende 1½ jaar à 50,00 euro).

  • Opzetten van nieuwe WoonStAP-projecten

We willen hier nu nog geen limitatieve opsomming geven, maar concreet wordt gedacht aan bijvoorbeeld een project WoonStAP-GGZ (mensen met kenmerken van GGZ problematiek worden vaak niet gediagnosticeerd), WoonStAP-TimeOut, WoonStap-Drempelvrij en een (advies)project om huisuitzettingen te voorkomen.

  • WoonStAP-GGZ zou een algemene voorziening kunnen zijn voor inwoners met een tijdelijke, lichte geestelijke gezondheidsprobleem, die prima in een groepssetting bij elkaar zouden kunnen wonen, waarbij men elkaar kan aanvullen en versterken (wel met begeleiding).
  • WoonStAP-TimeOut zou een voorziening kunnen worden voor inwoners (reguliere huurders), die voor veel overlast zorgen en die in hun eigen belang en in het belang van hun omgeving (tijdelijk) elders gehuisvest worden om erger te voorkomen (namelijk dat ze uitgezet worden en dak- en thuisloos worden).
  • WoonStAP-Drempelvrij

Veel inwoners kunnen geholpen worden, maar er is ook een (harde) kern verslaafde dakloze zorgmijders met instabiele huisvesting. Het huidige woonaanbod past niet bij hen. Voor een aantal van hen zou een laagdrempelig aanbod kunnen werken (als een soort housing first), om van daaruit te werken aan verbetering van de woonsituatie.

  • Een ander (advies)project waaraan gedacht kan worden is het opstellen van een verbeterplan met betrekking tot het voorkomen van huisuitzettingen. Vanuit WoonStAP wordt gesignaleerd dat het aantal huisuitzettingen toeneemt. Naar aanleiding hiervan bedenkt WoonStAP samen met de gezamenlijke Enschedese woningcorporaties en het wijkteam een praktisch verbeterplan ter voorkoming van huisuitzettingen en dus ook ter preventie, dat inwoners dak- of thuisloos worden. Het opzetten van de aanpak, het aansturen en de procesbegeleiding kan vanuit de extra inzet voor “WoonStAP-projecten”. Daarnaast is naar verwachting een extra inzet vanuit de wijkteams/wijkcoaches nodig om per stadsdeel een spreekuur hiervoor te organiseren (4 uur per maand per stadsdeel (5 in totaal). De kosten hiervan (voor 1½ jaar) worden geraamd op € 18.000,00.

Totaal geschatte kosten: 263.974,00 euro. Uren: vanuit beleid 1 dag per week x 80,00 euro (48.000,00 euro voor 1½ jaar) en vanuit wijkteams 5 dagen per week (156.000,00 euro voor 1½ jaar voor inzet WoonStAP projecten en € 18.000,00 voor overige inzet wijkteam).

Werkbudget: 10.774,00 euro.

In de uitwerking en uitvoering van de verschillende WoonStAP-projecten willen we ook een verbinding maken met het woondepot. Het woondepot is een initiatief in Enschede waarbij inwoners spullen kunnen krijgen (zoals meubels, kasten, lampen, bedden etc.) zodat ze individueel geholpen kunnen worden bij de inrichting van hun eigen huisvesting, maar indien nodig ook bij de inrichting en aankleding van eventuele algemene (ontmoetings)ruimten. Naar verwachting zal dit wel tot een extra inzet van 1 dag/week leiden van de coördinator geschatte kosten € 31.200,00 per/jaar.

2.1.4.2.            Regionaliseren van WoonStAP

Enschede is erg tevreden over de manier waarop WoonStAP zich ontwikkelt en de resultaten die behaald worden en straalt dat ook uit. Een gevolg hiervan is dat andere omliggende gemeenten en
corporaties ook belangstelling hebben voor deze aanpak. Enschede heeft niet de intentie om haar aanpak aan anderen op te dringen, maar is graag bereid om de ervaringen te delen, zowel op beleids- als uitvoerend niveau.

Er is inmiddels een aanpak (incl. formulieren e.d.) ontwikkeld die gedeeld kan worden. Wat we willen doen is op grond van de ervaringen een profielschets maken voor de (nieuwe) medewerkers van WoonStAP. We hebben namelijk zelf gemerkt dat de werkwijze staat of valt bij de juiste medewerkers. Die profielschets kan dan ook door andere gemeenten of corporaties gebruikt worden in het werven en selecteren van medewerkers.

Daarnaast bieden we gemeenten en corporaties een soort “kennismakingspakket” aan. Naast dat we bereid zijn om op beleid en uitvoerend niveau onze ervaringen te delen, bieden we hen ook aan om als kennismaking eens een casus of enkele casussen in te brengen in het Enschedese WoonStAP- overleg om ervan te leren.

Het regionaliseren van WoonStAP wordt meegenomen in de Integrale aanpak tegengaan dak- en thuisloosheid (zie hoofdstuk 2.4).

2.1.5.      Inzet van de Participatiewet

Onderzoek tot maatwerk in de Participatiewet

De Participatiewet biedt op onderdelen de mogelijkheid tot maatwerk. Onderdelen die in het kader van het voorkomen van dak- en thuisloosheid in ieder geval van belang zijn:

  • De bijstandsnorm voor jongeren tot 21 jaar;
  • De zoekperiode voor jongeren tot 27

Op landelijk niveau wordt, specifiek gericht op jongeren, het overleg gevoerd hoe we op deze onderdelen dat maatwerk kunnen bieden. Zo is het bijvoorbeeld voor de zoekperiode voor jongeren nog onduidelijk waar de mogelijkheid tot maatwerk zit, omdat het opleggen van de zoekperiode dwingend wordt voorgeschreven in de wet. Het Divosa rapport, maatwerk P-wet voor dak en thuisloze jongeren, is daar het resultaat van.

https://www.divosa.nl/publicaties/maatwerk-participatiewet-voor-dak-en-thuisloze-jongeren

Beleid

Wij kijken naar ons eigen beleid en naar de invulling daarvan. En specifiek voor jongeren tot 21 jaar zonder steunnetwerk van ouders, te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn met de bijstandsnorm. Op dit moment vullen we de uitkering aan tot 50% van de norm van de uitkering van een 21 jarige de gehuwdennorm, op basis van werkelijke kosten. Met dit bedrag kan een jongere, zonder steun van zijn ouders, niet zelfstandig huren. We willen een adequate voorziening bieden, maar ook oog hebben voor een mogelijk aanzuigende werking.

Regionale werking

In de regionale aanpak van dak- en thuisloosheid is het van belang het beleid op de toepassing van het maatwerk Participatie-wet te (onder)kennen en waar nodig op elkaar af te stemmen.

Onderzoekskosten eenmalig: 25.000,00 euro.

2.1.5.1.            Inkomensondersteuning en schuldhulpverlening

De nota Rondkomen met je inkomen is vastgesteld in het college en door de raad. In het kader van preventie zitten daarin een heel aantal voornemens voor nieuw beleid die ook bijdragen aan het voorkomen van dak- en thuisloosheid. Uitgangspunt is onder andere rust en financiële ruimte creëren. Door geldzorgen en schuldenstress (tijdelijk) te verlichten, kunnen inwoners weer aan hun eigen toekomst werken. Daarnaast zetten we in op preventie en het vroegtijdig ondersteunen van inwoners waar nodig. Door een ingrijpende gebeurtenis kan de hoogte van het inkomen plotseling (sterk) dalen. Juist op die momenten hebben inwoners ondersteuning nodig om grip te houden op hun (financiële) situatie. We kennen op dit moment al het convenant Vroeg Eropaf, maar per 1 januari 2021 gaat de Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening ons nog meer mogelijkheden bieden om vroegtijdig signalen te ontvangen en eropin te spelen. Samen met partners, waaronder woningcorporaties en energieleveranciers werken we deze mogelijkheid verder uit.

Ook werken we aan het 1-loket, dat aanvragen vroegtijdig en laagdrempelig mogelijk moet maken. Inwoners moeten op één plek terecht kunnen met al hun vragen over inkomensondersteuning en financiële vraagstukken m.b.t betalingsachterstanden en (beginnende) schulden. Samen met onze maatschappelijke partners willen we hier een laagdrempelige toegang voor ontwikkelen (in nauwe samenhang met de door ontwikkeling van de wijkwijzers). Die samenwerking is er met onze brede armoedepartners (bijvoorbeeld binnen het Kindpakket) en specifiek ook met onze partners binnen de Enschedese schuldenvrijroute.

Dit is een samenwerking van verschillende (vrijwilligers-) organisaties zoals Alifa (o.a. budgetadviesteam), Humanitas thuisadministratie, Power, Leger des Heils het Formulieren Adviespunt van het Diaconaal Platform en de Stadsbank. Binnen de Enschedese schuldenvrijroute werken we aan verbetering van de toegang tot ondersteuning en aan verbetering van de keten van schuldhulpverlening.

Tot slot kan ook het jongeren Perspectieffonds bijdragen aan het voorkomen van dak- en thuisloosheid. Als kansarme jongeren teruggaan naar school en een startkwalificatie of diploma halen, dan schelden we een deel van de schuld kwijt. Zo krijgen jongeren een nieuw perspectief en kunnen ze schuldenvrij een nieuwe start maken.

2.2.           Vernieuwing van de opvang

Alleen als er echt geen andere mogelijkheid is, verblijven mensen in de maatschappelijke opvang, maar idealiter nooit langer dan drie maanden. We zetten in op kleinschalige opvang in de wijken.

We hebben dit jaar een kwaliteitsslag gemaakt met de herhuisvesting van de Maatschappelijke Opvang in Hengelo. De nieuwe woonunits zijn bestemd voor bewoners van Humanitas Onder Dak die nu nog hun onderkomen hebben in twee verschillende verouderde opvanglocaties in Hengelo. In tegenstelling tot de oude locaties heeft ieder nu een eigen woonunit met eigen keuken, douche en toilet. Door op één plek bieden van opvang, woonbegeleiding en talentontwikkeling in de vorm van dagbesteding en leertrajecten weten klanten beter hun weg te vinden naar de geboden mogelijkheden en hulpverlening. Gemeente Hengelo is nauw betrokken bij de herhuisvesting en de ‘landing’ in de wijk. Communicatie met de buurt en inwoners (samen met corporatie en aanbieder). Bereik: (her)huisvesting van 14 woonunits en algemene ruimten op verdiepingen.

De totale kosten van 250.000,00 euro zijn uit eigen centrumgemeentemiddelen betaald.

2.2.1.      Noaberhuuskes

We willen een pilot Noaberhuuske starten. Er zijn nu 2 huuskes gebouwd.

In lijn met het rapport ‘Van beschermd wonen naar een beschermd thuis’ (Dannenberg, 2015) en onze Regiovisie “Decentralisatie Beschermd wonen en Maatschappelijke opvang, Visie en aanpak 2018-2021” willen we dat mensen met psychische, sociale of maatschappelijke problemen zoveel mogelijk in de eigen omgeving kunnen herstellen, zelfstandig wonen en meedoen in de samenleving. Vanuit deze visie zoeken we naar nieuwe woonvormen binnen de MO. Het Noaberhuuske is een 1- persoonsovernachtingsmogelijkheid voor 1 tot 3 nachten en is het hele jaar beschikbaar. Het gaat om mensen die onverwacht op straat staan om uiteenlopende redenen. Zij hebben onderdak nodig voor maximaal 3 nachten. Zij zijn in staat zonder toezicht de nacht door te brengen. Een Noaberhuuske is voorzien van een bed, toilet, water en elektriciteit. Na een overnachting kan de persoon zich melden bij een inloopvoorziening of bij een hulpverlener voor verdere hulp.

Bereik: 80 tot 100 personen per huuske.

Kosten: eenmalig voor plaatsing huuskes 25.000,00 euro.

2.2.2.      Uitbreiding van het aantal doorstroomwoningen

Doorstroomwoningen worden ingezet voor inwoners die tijdelijk geen verblijfplaats hebben. Het is een corporatiewoning, waar bewoners tijdelijk onder voorwaarden en onder begeleiding van een wijkcoach kunnen verblijven. De voorziening wordt alleen ingezet om onnodig duurdere alternatieven (zoals maatschappelijke opvang, crisisplaatsing of pleegzorg) te voorkomen. We hebben hiermee al vanaf 2017 ervaring opgebouwd. De doorstroomwoning is een bewezen effectief en efficiënt instrument voor de wijkteams en we willen dit in het kader van de preventie uitbreiden van 6 naar 10 woningen.

Verder bieden we andere gemeenten en corporaties, die belangstelling hebben onze ervaring en expertise aan om dit lokaal te starten. Hierbij kan men ook een beroep doen op de coördinator voor advies en concrete zaken (zoals huurcontracten).

De doorstroomwoningen worden vooral ingezet voor gezinnen. Er is ook een behoefte aan “doorstroomkamers” of “doorstroomstudio’s” (time out) voor individuen.

Geschatte kosten in totaal 91.200,00 euro. 4 woningen x gemiddeld 10.000,00 euro per jaar (voor huur gas/water/elektra en inrichting e.d.) x 1½ jaar = 60.000,00 euro. Uren coördinator: extra inzet van 1 dag per week gedurende 1½ jaar à 50,00 euro (31.200,00 euro).

2.2.3.      Verbetering in de begeleidingsuren – Wmo maatwerk en inzet op algemene voorzieningen

Er zijn twee pilots gestart in centrumgemeente Enschede met betrekking tot begeleiding in de maatschappelijke opvang (MO) en ambulante begeleiding (bij regulier wonen).

Begeleiding in de MO; algemene voorziening Humanitas onder dak

De problematiek van de doelgroep MO wordt steeds zwaarder. Tijdens het eerste contact van de MO-aanbieder is niet altijd duidelijk wat er aan de hand is; wat de klant nodig heeft. Dit wordt duidelijk tijdens het traject. Wanneer extra begeleiding aan de orde is, moet er z.s.m. een aanvraag worden gedaan voor begeleiding WMO (maatwerk). Gezien wachttijden duurt het soms lang voordat kan worden gestart met de ondersteuning en de klant kan niet gaan werken aan herstel. In de regiogemeente Hengelo zijn zij al gestart met een pilot: er wordt gemeentelijk budget overgeheveld en vooraf een subsidie verleend aan de aanbieder voor x aantal begeleidingsuren voor de klanten van de MO onder bepaalde voorwaarden (i.p.v. via maatwerk achteraf). Een dergelijke inzet is als pilot nu ook gestart per 1 september dit jaar in de centrumgemeente Enschede onder de naam “Algemene voorziening Humanitas Onder Dak”.

Ambulante begeleiding; algemene voorziening Leger des Heils

Binnen de centrumgemeente Enschede is op 1 september 2020 gestart met een algemene voorziening bij het Leger des Heils. Een deel van het aanbod van het Leger des Heils is ondergebracht in een algemene voorziening. Voor deze ondersteuning is geen beschikking meer benodigd, dit betekent dat het proces van melding tot beschikking niet meer doorlopen hoeft te worden dat minimaal 8 weken in beslag neemt. Het doel van de algemene voorziening is een ontschot ondersteuningsaanbod voor gezinnen (gezinsondersteuning) en volwassenen (begeleiding individueel en groep) die te maken hebben met meervoudige en complexe problemen. Door het ontschotten van het bestaande aanbod kan direct worden gestart met ondersteuning wat binnen het gezin of voor de inwoner nodig is, dit voorkomt verergering van problemen of escalatie van de situatie. Ook voorziet de voorziening in de behoefte dat verschillende trajecten naast elkaar kunnen starten, waar nu, na het afronden van een traject een nieuwe beschikking benodigd is. Er kan meer worden aangesloten bij wat nodig is.

Als deze pilots succesvol zijn willen we deze werkwijze waar nodig en mogelijk uitbreiden.

2.2.4.      Extra inzet op ondersteuning van dak- en thuisloze jongeren

Wij investeren als centrumgemeente door mee te doen aan dit actieprogramma. Daarnaast investeren wij in de ketenaanpak en de regulieren voorzieningen: TOV (dit is een regionale opvangvoorziening in Enschede voor Twentse jongeren, die dak- en thuisloos zijn geworden), KamerRaad en Thuislozenteam (T-team). Focus komt op preventie en duurzame oplossingen en goede doorstroom van de voorzieningen.

De voorzieningen staan steeds meer onder druk. Onder andere door steeds meer multi-problematiek en psychische problematiek bij jongeren, die zich melden bij het T-team en de TOV, waar GGZ- aanbieder Mediant door wachtlijsten niet voldoende op in kan spelen. Extra inzet is nodig om het bereik van jongeren van het T-team te vergroten.

Mede uit het onderzoek naar de jongeren regisseur door het jongeren panel, blijkt dat er

ook innovatie op de inzet van het T-team nodig is. De huidige tijd vraagt om een andere inzet van het T-team: meer en beter maatwerk, meer outreachend werken en preventieve inzet door bemoeizorg te leveren. Ook is er in het nazorg traject meer maatwerk nodig, in aandacht en tijd.

Met een pilot tot 1 januari 2022 heeft het T-team van Jarabee de mogelijkheid om haar werkwijze te vernieuwen waarmee de jongeren beter geholpen worden als zij dak- of thuisloos zijn geworden en waarmee zo mogelijk dak- of thuisloosheid wordt voorkomen. Met uitbreiding van capaciteit kunnen zij meer jongeren helpen en deze vernieuwing realiseren.

Kosten: 138.000,00 euro.

2.3.           Wonen met begeleiding

In centrumgemeente Enschede ligt er niet zozeer een kwantitatieve uitdaging maar vooral een kwalitatieve opgave, dat wil zeggen het realiseren van kwalitatief goede woningen en nieuwe, passende woonconcepten. Vanuit de Woonvisie van gemeente Enschede zijn er al afspraken gemaakt met de woningcorporaties en huurdersorganisaties over dit onderwerp. Dit doen wij door middel van meerjarige prestatieafspraken, waarbij we jaarlijks speerpunten benoemen waar wij tripartite (corporaties, zorgpartijen, gemeente) aan werken. In het speerpunt wonen en sociaal domein is het onderwerp maatwerk voor specifieke situaties benoemd. Het doel is om te zorgen voor huisvesting voor mensen met een grote noodzaak tot spoedige huisvesting. Daarnaast ook zorgen voor goede huisvesting voor specifieke groepen. Gemeente en de Enschedese corporaties willen maatwerk mogelijk maken in die uitzonderlijke gevallen waarin een spoedige huisvesting van belang is. Gemeente en zorgverleners kunnen uitzonderlijke gevallen onder de aandacht brengen van corporaties. Corporaties zijn zelf verantwoordelijk voor de beoordeling of een uitzondering noodzakelijk is.

In de meerjarige prestatieafspraken staan de volgende bepalingen opgenomen, waarmee al invulling is gegeven aan het maken van nadere afspraken met woningcorporaties.

  • Als uitzonderlijke gevallen daarom vragen, bieden corporaties Dit kan ook bestaan uit het geven van prioriteit aan deze gevallen, waarbij een specifieke woning wordt toegewezen. De corporaties zorgen hierbij voor een evenwichtige verdeling over de stad. Het kan hierbij gaan om situaties met huiselijk geweld of sommige statushouders. De corporaties helpen daarmee de gemeente met de invulling van de taakstelling die de gemeente heeft op het gebied van statushouders.
  • Een eventueel verdringingseffect ten gevolge van deze uitzonderlijke situaties voor reguliere woningzoekenden wordt door corporaties gemonitord in de afspraak actieve woningzoekenden binnen 12 maanden van een woning te voorzien.

Vanuit deze brede context zetten wij in het kader van dit plan tegengaan dak- en thuisloosheid in op de acties die hier staan genoemd.

2.3.1.      Uitstroom MO

In navolging van eerder gemaakte regionale afspraken over de uitstroom beschermd wonen maken we momenteel ook afspraken over de uitstroom MO. De MO zit steeds vaker vol, mede vanwege een stagnerende uitstroom. Er zijn onvoldoende geschikte woningen voor de doelgroep beschikbaar. Het gaat om procesafspraken tussen gemeenten, zorgaanbieders en de corporaties rond onder andere het aantal woningen dat per jaar voor deze doelgroep beschikbaar is, termijnen, informatieoverdracht, nazorg en monitoring.

Regionaal Transferpunt Wonen

De werkgroep Uitstroom MO (werkgroep op Twentse schaal vanuit beide Integrale aanpakken Maatschappelijke Opvang Almelo en Enschede) werkt momenteel een voorstel uit m.b.t. een regionaal Transferpunt Wonen. Vanuit de dagelijkse praktijk wordt naar inhoudelijke belemmeringen gekeken die inwoners nu ervaren in de uitstroom uit de maatschappelijke opvang. Dit wordt vertaald naar een regionaal en uniform(werk)proces en scharnierpunt om de uitstroom te verbeteren: het Transferpunt Wonen. Dit Transferpunt gaat de regio helpen bij het versnellen en verbeteren van de uitstroom, maar ook in de regionale verdeling en verspreiding. Het zoeken van de meest geschikte huisvesting vindt plaats via de lokale samenwerking tussen corporaties en gemeente.

Kosten: 50.000,00 euro eenmalig.

2.3.2.      Extra tussenvoorzieningen voor dak- en thuisloze jongeren

Wij investeren als centrumgemeente door mee te doen aan dit actieprogramma. Focus ligt op preventie en duurzame oplossingen en goede doorstroom van de voorzieningen.

Er is een tekort aan kleine zelfstandige wooneenheden voor jongeren, waardoor de doorstroom uit de TOV sneller zou kunnen verlopen. Wij willen meer tussen-woonvoorzieningen creëren (tussen MO en zelfstandig wonen in) voor ongeveer 20 jongeren.

Kosten nieuwe woonvoorzieningen: 200.000,00 euro.

2.3.3.      Regionale inventarisatie ‘te transformeren vastgoed’

Enschede is bezig om een versnellingsimpuls te geven in de beweging naar meer wonen en minder zorg. Een belangrijke stap in dit kader is dat we (lokaal) bezig zijn met een inventarisatie van te transformeren vastgoed. Vooralsnog betreft het hier om vastgoed van de gemeente Enschede en de Enschedese corporaties. Indien mogelijk willen we dit uitbreiden met te transformeren vastgoed van zorgpartners.

Vervolgens willen we criteria ontwikkelen om de geschiktheid van deze vastgoedlocaties te kunnen beoordelen voor de (potentiële) huisvesting van onze doelgroepen van beleid. De behoefte daartoe is begin dit jaar verkend via een monitor.

Deze ontwikkeling is onlangs regionaal toegelicht in WoONTwente (vereniging van woningcorporaties in de regio Twente). Daar is enthousiast op gereageerd. Gelet daarop is onze ambitie om te onderzoeken of we hierin lokaal (op het niveau van de regio centrumgemeente Enschede) kunnen komen tot een inventarisatie van te transformeren vastgoed.

De ambitie is om deze inventarisatie vervolgens te vertalen in concrete huisvestingsprojecten op de korte termijn en in een strategisch plan voor de (middel)lange termijn. Inzicht in de mogelijkheden op het terrein van het vastgoed kunnen op die manier werken als een katalysator om de regionale samenwerking tussen gemeenten en corporaties te versterken. Dit kan concreet leiden tot meer preventieve huisvestingsprojecten voor kwetsbare inwoners en tot een betere en evenwichtigere spreiding over de regio.

Geschatte kosten: 1 dag per week gedurende 1½ jaar door een programmamanager (meer Wonen, minder Zorg) = 78.000,00 euro.

2.4.           Regionale aanpak

 

Integrale aanpak maatschappelijke opvang doorontwikkeling naar aanpak tegengaan dak- en thuisloosheid (inzet op alle drie de thema’s)

De afgelopen jaren is er binnen de centrumgemeente Enschede ingezet op het creëren van een duurzaam aanbod binnen de opvang en andere type voorzieningen (studio’s). Een transitie die vele gemeenten nog moeten maken is in onze centrumgemeente al de afgelopen jaren gerealiseerd.

Verdere doorontwikkeling van de maatschappelijke opvang is essentieel om de kwaliteit en betaalbaarheid van de opvang te behouden en te versterken. Daarbij wordt gestreefd naar de allerhoogste ambitie: het overbodig maken van de maatschappelijke opvang. Met een integrale aanpak MO willen de doorontwikkeling gestalte geven. We richten ons op het aanbod& werkwijze, wonen, governance & samenwerking en casuïstiek. We zijn hiermee medio 2019 gestart.

We willen nu de aanpak door ontwikkelen tot een integrale aanpak tegengaan van dak- en thuisloosheid. De structuur van de integrale aanpak waarin (regio)gemeenten en partners samen werken aan de opgaven is een goede basis voor de uitvoering van dit plan van aanpak.

De doorontwikkeling richt zich op preventie in brede zin, vernieuwing van de opvang en wonen met begeleiding.

Kosten: raming verbreding aanpak 130.000,00 euro

3.    Monitoring

Een belangrijke gemeenschappelijke opgave is het monitoren van de opgave om dak- en thuisloosheid tegen te gaan. Tot 1 januari 2022 monitort het kabinet samen met gemeenten de voortgang van de beschreven doelstellingen in het landelijk plan Een (t)huis, een toekomst.

Er wordt één monitor opgesteld waarbij je de voortgang van het Actieprogramma Dak- en thuisloze jongeren en het plan Een (t)huis, een toekomst kunt volgen. Het streven is om deze monitoring zoveel mogelijk onderdeel te laten worden in de Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein.

De kwaliteit en de wijze van registreren van het aantal dak- en thuisloze mensen verschilt op dit moment sterk per centrumgemeente. Ook de gehanteerde definitie van dak- en thuisloosheid verschilt. Het doel is om de doelstellingen van het plan conform eenduidige definities kwantitatief en kwalitatief in samenwerking met (centrum)gemeenten te monitoren. Voor het slagen van het plan Een (t)huis, een toekomst is integrale en domein overstijgende samenwerking en kennisdeling (monitoring) cruciaal, zowel op landelijk als regionaal/lokaal niveau.

Er wordt een uitvoeringsprogramma opgesteld als uitwerking van dit plan waarbij aan de acties smart geformuleerde doelen worden gekoppeld met tijdpad en waarbij zo mogelijk wordt aangegeven wat de maatschappelijke kosten- en batenanalyse is.

4.    Financiën

Totale investering/kosten

Preventie Vernieuwing van de opvang Wonen met begeleiding Kosten Toelichting
Integrale aanpak doorontwikkeling in de maatschappelijke

opvang

€ 130.000,00 Deze kosten betreffen de verbreding van de aanpak
Extra inzet preventie € 151.000,00

(Verminderd met 24.000 voor aanpak vinger aan de pols)

Dit bedrag blijft minimaal nodig en wordt gereserveerd voor preventie-activiteiten. Echter de daadwerkelijke invulling en onderverdeling kan nog worden aangevuld/aangepast.
Aanpak Vinger aan de pols € 24.000,00
Opschalen WoonStAP 18- en WoonStAP 23+ € 31.200,00
WoonStAP projecten € 263.974,00
Onderzoek P- wet € 25.000,00
Noaberhuuskes € 25.000,00
Uitbreiding doorstroomwoningen € 91.200,00
Extra ondersteuning jongeren € 138.000,00 T-team uitbreiding capaciteit en vernieuwing.
Uitstroom MO transferpunt € 50.000,00
Extra tussenvoorzieningen jongeren € 200.000,00
Te transformeren vastgoed € 78.000,00
Totaal € 1.207.374,00

 

Totaal toegekend door VWS: € 1.207.374,00

Regionale acties in beeld

Overzicht van de genoemde bronnen in het rapport